Einde van de vof: wat moet je weten?

In deze blog bespreek ik de belangrijkste aandachtspunten bij het beëindigen van een vennootschap onder firma.

Met goede intenties en met het tijdig inwinnen van advies is het uitstekend mogelijk om tot een goede beëindiging te komen. Maar let op.. geschillen liggen op de loer.

Misschien loopt de samenwerking al geruime tijd niet goed. Partijen willen eigenlijk uit elkaar, maar kwamen nog niet daartoe. Ook kan een geschil aanleiding zijn voor de beëindiging, dat zich vervolgens voortzet in de afwikkeling van de vof. Misschien lopen de belangen en toekomstperspectieven van de vennoten (te) ver uiteen, of verschillen partijen van mening over de uitleg van de vof-overeenkomst.

1. Wat is een vof en hoe eindigt die?

Een vof is een samenwerkingsverband waarbij twee of meer (rechts)personen (de vennoten) onder een gemeenschappelijke naam een onderneming drijven. Deze samenwerking is vastgelegd in een overeenkomst tussen de vennoten: de vennootschapsovereenkomst.

Het einde van de vof is het moment van ontbinding. Dit kan:

  • op basis van wettelijke gronden, zoals ontbinding wegens gewichtige redenen, opzegging, overlijden of faillissement van een vennoot;
  • op grond van de vennootschapsovereenkomst, bijvoorbeeld bij opzegging, langdurige ziekte of het niet voldoen aan een kwaliteitseis (bijvoorbeeld in een familiebedrijf);
  • met wederzijds goedvinden, al dan niet in het verlengde van de vennootschapsovereenkomst.

Ontbreekt een regeling, dan geldt de wettelijke hoofdregel: het einde van de samenwerking leidt in beginsel tot ontbinding van de gehele vof. Om praktische redenen wordt daarom vaak een voortzettingsbeding opgenomen.

2. Het vermogen van de vof

Na ontbinding volgt de vereffening van het vermogen van de vof. Dat vermogen wordt verdeeld onder de vennoten. Elke vennoot heeft een aandeel in dat vermogen, en dat aandeel vertegenwoordigt een waarde. Drie bijzonderheden verdienen hier aandacht.

  1. Afgescheiden vermogen
    Het vermogen van de vof is een afgescheiden vermogen. Dat betekent dat het is bedoeld voor schuldeisers van de vof en niet voor privéschuldeisers van de vennoten. Elke vennoot heeft recht op een aandeel in het totale vermogen, maar niet op losse bezittingen. Dit afgescheiden vermogen valt ook buiten een huwelijksgemeenschap. Hoewel ze niet een aanspraak hebben op individuele vermogensbestanddelen, zijn vennoten wél hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vof.
  2. Peildatum
    De omvang van het vermogen, en daarmee het aandeel van de vennoten, wordt in beginsel bepaald per datum van ontbinding. Deze datum vormt een juridisch ijkpunt voor waardering, aansprakelijkheid en voortzetting.
  3. Werkelijke waarde
    Het vermogen is bijna nooit gelijk aan dat wat op papier staat. De boekwaarde verschilt meestal van de werkelijke waarde. Bovendien hangt de omvang van het vermogen sterk af van de manier waarop de onderneming wordt afgewikkeld. Denk dan bijvoorbeeld aan liquidatie, voortzetting of verkoop van de onderneming aan een derde.

3. Liquidatie (vereffening)

Als niets over voortzetting is afgesproken, volgt vereffening. Deze fase is er om activa te verkopen, lopende verplichtingen af te wikkelen, schulden te voldoen en het resterende vermogen te verdelen. Vennoten krijgen hun inbreng terug. Een overschot komt aan de vennoten toe; een tekort moet door hen worden aangevuld.

De vennoten zijn gezamenlijk vereffenaar, tenzij anders is bepaald of overeengekomen. Wordt een andere vereffenaar aangewezen, dan moeten de vennoten onderling meewerken aan een zorgvuldige afwikkeling door deze externe partij.

Bij financiële problemen kan liquidatie plaatsvinden via een onderhands of gerechtelijk akkoord. Bijvoorbeeld op grond van de Wet homologatie onderhands akkoord(WHOA). Daarbij kan ook aandacht worden besteed aan de positie van de vennoten. Zie daarover deze blog: Whoa akkoord bij vennootschap onder firma de positie van de vennoten..

Pas na voltooiing van de vereffening houdt de vof definitief op te bestaan.

4. Voortzetting

De meeste vof-overeenkomsten zijn schriftelijk vastgelegd en bevatten een voortzettingsbeding. Dat is bedoeld om de continuïteit te waarborgen: de overblijvende vennoten kunnen de onderneming voortzetten zonder volledige vereffening. Is voortzetting wenselijk en haalbaar,  dan is dat meestal ook gunstig voor de uittredende vennoot, omdat de waarde van diens aandeel bij voortzetting vaak hoger uitvalt.

Bij voortzetting geldt doorgaans dat:

  • de voortzettende vennoten activa én passiva overnemen;
  • de uittredende vennoot een vergoeding ontvangt voor zijn aandeel en een vrijwaring van schulden;
  • de onderneming voor klanten en leveranciers blijft bestaan.

Voortzettingsbedingen zijn een bron van geschillen. De voortzetting kan afhankelijk zijn van omstandigheden die feitelijk moeilijk vast te stellen zijn, zoals de vraag wie verantwoordelijk is voor een verstoorde samenwerking. Dit speelt met name bij ontbinding op grond van gewichtige redenen.

In familieverhoudingen ligt voortzetting nog gevoeliger. Wat als een huwelijk strandt en beide echtelieden vennoot zijn in het familiebedrijf? Wie van de samenwerkende broers of zussen is ‘de oorzaak’ van de ontbinding en wie mag voortzetten?

Onduidelijke afspraken over ontbinding en voortzetting, of onduidelijke en onuitgesproken verwachtingen, kunnen een verwoestend effect hebben op  onderlinge verhoudingen en continuïteit van de onderneming.

5. Waardering, prijs en economisch eigendom

Bij uittreding of voortzetting moet de waarde van het aandeel van de uittredende vennoot worden vastgesteld en vergoed. De vennootschapsovereenkomst is daarbij leidend. Duidelijke waarderingsregels voorkomen conflicten.

In de praktijk zijn overeenkomsten vaak onvoldoende helder, wat kan leiden tot geschillen over:

  • de uitleg van begrippen als ‘liquidatiebalans’ of ’gevaar voor de liquiditeit’;
  • taxaties van individuele vermogensbestanddelen, zoals een bedrijfspand;
  • de gehanteerde rekenmethode;
  • cijfers en aannames die daaraan ten grondslag liggen;
  • de inbreng van economische eigendom;
  • (voorlopige) jaarcijfers en de wijze van geschilbeslechting daarover.

6. Concurrentie

Een uitgetreden vennoot mag in beginsel concurreren, tenzij:

  • een contractueel non-concurrentiebeding geldt;
  • sprake is van onrechtmatige concurrentie,  bijvoorbeeld door aantasting van door de voortzetter vergoede goodwill.

Een zorgvuldig opgesteld concurrentiebeding voorkomt ongewenste concurrentie én geschillen. Soms is het verstandig om het bestaande beding bij uittreding te herformuleren of daarvan (gedeeltelijk) afstand te doen tegen een vergoeding.

7. Kwijting en vrijwaring

Het is belangrijk dat de uittreding van een vennoot definitief is, zodat er geen sluimerende verplichtingen of aansprakelijkheden achterblijven.

Bij de overname van bezittingen betekent dit dat de uittreder meewerkt aan de overdracht van goederen en contracten. Bij schulden is een vrijwaring essentieel omdat iedere vennoot tegenover schuldeisers hoofdelijk aansprakelijk blijft, ongeacht interne afspraken tussen vennoten.

De kwijting is daarnaast gericht op het beëindigen van bestaande of mogelijke geschillen die tijdens de samenwerking of afwikkeling zijn ontstaan.

8. Conclusie

Het beëindigen van een samenwerking binnen een vof is ingrijpend. Wanneer belangen uiteenlopen, kan dat de waarde en continuïteit van de onderneming ernstig schaden. Onduidelijke of vrijblijvende afspraken vormen bij conflicten vaak de basis voor nieuwe geschillen.

Zorgvuldige juridische begeleiding bij het beëindigen of wijzigen van een vof is daarom geen luxe, maar noodzaak. Heldere afspraken, tijdige strategische keuzes en realistische waardering voorkomen escalatie en teleurstelling.

Overweegt u de samenwerking binnen een vof te beëindigen of aan te passen, of is er sprake van een conflict? Neem dan contact op voor goede juridische begeleiding. Een vroegtijdige analyse van uw positie en mogelijkheden kan het verschil maken tussen een beheersbare afwikkeling en een langdurig geschil.

Voor beantwoording van uw vragen of voor een toelichting op deze blog maak ik graag tijd vrij. Mijn naam is Mark Loef en ik ben advocaat, partner bij Daniels Huisman Advocaten. U kunt me bereiken via 0570 613 327 of per mail; .